Jezus geeft veel mensen te eten
VOORBEREIDING VAN HET PAASMAAL
12 Op de eerste dag van het feest van de ongedesemde broden, wanneer men het paaslam slachtte, zeiden zijn leerlingen tegen Hem: ‘Waar wilt U dat wij voorbereidingen gaan treffen voor het paasmaal?’ 13 Daarop stuurde Hij twee van zijn leerlingen eropuit met de opdracht: ‘Ga naar de stad. Daar zal jullie iemand tegemoet komen die een kruik water draagt. Volg hem, 14 en zeg waar hij binnengaat tegen de heer des huizes: “De meester laat vragen: Waar is de kamer waar Ik met mijn leerlingen het paasmaal kan houden? ” 15 Hij zal jullie een ruime bovenzaal wijzen, die ingericht is en op orde gebracht. Maak het daar voor ons klaar.’ 16 De leerlingen gingen weg en kwamen in de stad. Ze troffen het aan zoals Hij hun gezegd had, en ze maakten het paasmaal klaar.
LAATSTE AVONDMAAL
17 Toen de avond gevallen was, kwam Hij met de twaalf. 18 Toen ze aan tafel waren gegaan, zei Jezus onder het eten: ‘Ik verzeker jullie, een van jullie, die nu met Mij eet, zal Mij overleveren.’ 19 Zij werden bedroefd en de een na de ander zei tegen Hem: ‘Ik toch niet?’ 20 Maar Hij zei hun: ‘Een van de twaalf, die met Mij zijn hand in de schaal doopt. 21 De Mensenzoon gaat wel heen zoals over Hem geschreven staat, maar wee die mens, door wie de Mensenzoon overgeleverd wordt. Het zou beter voor die mens zijn, als hij niet geboren was.’
Matteüs 14, 12-21
11 Maar de mensen kwamen erachter en volgden Hem; Hij ontving hen vriendelijk, sprak hun over het koninkrijk van God en maakte gezond wie genezing nodig had. 12 Toen de dag ten einde liep, kwamen de twaalf naar Hem toe en zeiden: ‘Stuur de mensen weg, dan kunnen ze onderdak zoeken in de dorpen en op de hoeven in de buurt en wat gaan eten; hier zijn we in een eenzame streek.’ 13 Maar Hij zei tegen hen: ‘Jullie moeten hun te eten geven.’ Zij zeiden: ‘Wij hebben niet meer dan vijf broden en twee vissen, of we zouden voor al dat volk eten moeten gaan kopen’; 14 want ze waren met ongeveer vijfduizend man. Daarop zei Hij tegen zijn leerlingen: ‘Laat ze gaan zitten in groepen van ongeveer vijftig.’ 15 Dat deden ze, ze vroegen iedereen om te gaan zitten. 16 Toen nam Jezus die vijf broden en twee vissen. Hij keek op naar de hemel, sprak de zegenbede uit en brak ze, en gaf ze aan de leerlingen om aan de mensen uit te delen. 17 Ze hadden allen volop te eten, en wat er overschoot werd opgehaald, twaalf manden vol.
Lucas 9, 11b-17

